"Het vaderland" Nr. 146 ('s-Gravenhage) berichtet auf S. 1 von der Internationalen Musik- und Theaterausstellung und kommt dabei auch auf das Schattenspiel-Theater [vgl. 14.5.1892] zu sprechen:
" De Muziek- en Tooneeltentoonstelling.
[... über den Blumencorso, die böhmische Oper ...]
Nu ik toch met het theater bezig ben, kan ik meteen het een en ander van het »Schattenspiel”- theater zeggen, dat mij steeds bijzonder blijft bevallen. En hoewel men al een beetje een »Wiener” moet zijn om alles te begrijpen, toch raad ik ieder tcntooitstelliogbezoeker aan, dat te gaan zien.
Het theater is tamelijk klein, bont versierd en electrisch verlicht. In tegenstelling van het «Menschentheater”, dat iederea avond iets anders geeft, houdt het zich steeds aan zijn openingsstuk. Het is een revue van alle in Weenen bekende personen; ieder zegt of doet iets, dat hem of haar bijzonder kenmerkt. De figuren zijn van Hans Schliessmann en gelijken sprekend. De recitators, die hun stem leenen aan de figuren, bezitten een zeldzame imitatiegave. Als men binnenkomt, treffen de tonen van een piano ons oor; een orkest is er niet. Plotseling wordt het donker en slechts een kleine, witte, verlichte ruimte blijft zichtbaar, waartegen de nu verschijnende gestalten scherp afsteken. De meest bekende op muzikaal gebied wil ik opnoemen. Hans Richter treedt op; we hooren in plaats van woorden, de Walkürenritt en hij trekt al dirigeerende voorbij; Anton Bruckner, de lang miskende symphonieëncomponist, komt met zijn instrument, het orgel, en men hoort geheimzinnige orgelklanken; daar verschijnt Strauss, de vriend van Brahms, en een van zijn meest geliefde walsen klinkt ons inde ooren; dan komt dein Holland welbekende Eduard Strauss en al dansend-dirigeerende verdwijnt ook hij; ook Van Dijck blijft niet weg en we worden onthaald op een stuk uit Maaon; verder ziet men Rubinstein, d’Albert, Grünfeld en andere virtuosen; Bülow wordt voorgesteld als de politieke virtuoos. Telkens, wanneer iemand anders het witte doek betreedt, haasten de toeschouwers zich elkander door het toeroepen der namen op de hoogte te helpen, wat vooral voor oningewijden in de Weener toestanden zeer aangenaam is. Ongelukkig laat de acoustiek weer te wenschen over, zoodat men zich steeds haasten moet om plaatsen te veroveren in de eerste rijen, daar men anders als vreemdeling gevaar loopt geen woord te verstaan. ’s Middags worden in het »Schattenspiel”-theater marionettenspelen opgevoerd, doch dit is niet de eenige plaats, waar liefhebbers van zulke voorstellingen hun hart kunnen ophalen."
[... über die "Hanswurst-Bühne" u. a. ...].
JAN BRANDTS BUIJS."
Zitierhinweis:
Franz Scheder, Anton Bruckner Chronologie Datenbank, Eintrag Nr.: 189206235, URL: www.bruckner-online.at/ABCD-189206235letzte Änderung: Mär 18, 2023, 18:18