zurück 11.3.1887, Freitag ID: 188703115

[? oder 2.3.1887?]
Brief von Jean Louis Nicodé an Bruckner:
     Er werde die großartige 7. Symphonie am 15.3.1887 in Dresden aufführen (*)
 
Besprechung des Konzerts vom 9.3.1887 mit der 3. Symphonie im "Haagsche courant" Nr. 1223 ('s-Gravenhage) auf S. 2:
"               KUNST en LETTEREN.
             Zevende Diligentia-Concert.
     Ter afwisseling van de vele buitenlandsche solisten die het Diligentia-Concert dit seizoen zijn leden te hooren gaf, kreeg men gisteren-avond weder eens eene landgenoote te zien, in de liefelijke gestalte van Mej. Dyna Beumer. [... über die Solisten ...].
     De symphonie No. 3 van Anton Brückner, werd op verzoek (van wien?) nog eens herhaald, en mocht door de fraaie uitvoering vooral van het origineele scherzo en presto, een succès d'estime behalen. Na de pauze speelde het orkest Bruch's Einleitung Loreley, terwijl de ouverture Zauberflöte op waardige wijze dit concert besloot.
                            H." (**).
 
"Het vaderland" Nr. 59 ('s-Gravenhage) bringt auf S. 5 ebenfalls eine Kritik zu diesem Konzert:
"          Kunst- en Letternieuws.
         CONCERT-DILIGENTIA.
    Eenige leden van het »C.-D.” vroegen om de 3e Symphonie van Bruckner en het bestuur was aanstonds bereid dat verzoek intewilligen. Ziedaar een precedent, dat wel eens gevaarlijk zou kunnen worden. Want zoo men met «eenige” leden rekening moet houden, «andere” leden— om in Kamer-stijl te spreken hebben ook hun wenschen, hun voorkeur en wanneer dezen nu het voorbeeld gingen volgen van «eenige”, dan zou het bestuur in een zeer moeilijk parket komen. De Symphonie van Bruckner was pas in Maart 1886 voor den tweeden keer uitgevoerd; een aantal werken van niet minder beteekenis wachten nog op een eerste herhaling; een aantal nieuwe werken van beteekenis, o. a. Brahms’ 4e Symphonie, vragen om gehoor; een aantal meesterwerken van vroegeren tijd dreigen geheel in het vergeetboek te geraken. Onder deze omstandigheden ware het bestuur gerechtvaardigd geweest, indien het op het verzoek van «eenige” leden afwijzend had beschikt. De ontvangst, die aan Bruckners werk gisterenavond ten deel viel, was eigenaardig. Na het Allegro een zeer zwak, na het Scherzo in het geheel geen applaus; na het Adagio vrij warme, na het Presto warme, ja lang aanhoudende toejuichingen. Toch is het Allegro verreweg het belangrijkst, het Scherzo het dankbaarst en bevattelijkst gedeelte van het werk. Het indrukwekkend slot van het Presto verklaart den daaraan geschonken bijval; toch blijven die »Satz” en het Adagio, voor ons, ondanks themas Beethoven en Wagner waardig, ondanks schitterende instrumentaal-effecten, onbevredigend wegens hun vormloosheid. De uitvoering van het Allegro liet in zekerheid te wenschen over, die van de drie laatste gedeelten was zeer verdienstelijk. De stemming van het koper was den geheelen avond niet boven bedenking. Bruchs effectvolle «Loreley”- en Mozarts onvergelijkelijke »Zauberflöte”-ouverture, mochten zich in een flinke vertolking verheugen; in Mozarts werk echter stonden de houten blaasinstrumenten niet boven de moeilijkheden.
     Solisten waren Dyna Beumer en Jules De Swert, [...]." [keine Signatur] (***).
 
Über das Konzert schreibt auch das "Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage" Nr. 59 auf S. 5:
"                 Kunst en Wetenschap
        Vierde [sic] Concert Diligentia.
     Waren op het vorige concert twee solisten opgetreden, hier geheel onbekend, nu hadden wij weder twee goede oude bekenden en, blijkens de goed bezette zaal, twee zeer gewaardeerde gasten.
     [... über die Solisten und ihre Nummern ...].
     Beide artisten werden op de piano begeleid door mej. Z. Moriamé, die als pianiste met hen medereist en bv. heden-avond in Delft en Zaterdag in Amsterdam met hen in concerten optreedt. Wij behooren niet tot diegenen, op wier verzoek de 3e symphonie van Brückner ten derden male werd gespeeld, en zoud [unlesbar] volkomen genoegen mede nemen als men die nu [unlesbar] wat liet rusten.
     Mochten eenige leden het verzoek doen die weder uit te voeren, dan zou het Bestuur die bv. in het tweede gedeelte alleen kunnen laten, spelen, of eens drie malen achter elkander op één avond; dan zou men kunnen zien hoevelen oprechte bewonderaars van dit werk zijn. Behalve Brückner stonden Loreley’s //Inleiding van Max Bruch en //die Zauberflöte” van Mozart op het programma, [...]." [keine Signatur] (°).

(Konzert des Geigers Wilhelmj in Wien (°°)).


Zitierhinweis:

Franz Scheder, Anton Bruckner Chronologie Datenbank, Eintrag Nr.: 188703115, URL: www.bruckner-online.at/ABCD-188703115
letzte Änderung: Okt 15, 2025, 16:16